donderdag 16 februari 2012

Zo stil











dat lippen zo paars konden zijn
en wangen zo blauw
nee dat wist ik niet

je lichaam koud
stil en grauw

en hoe je dan jezelf
vasthield

zo vond ik je
tussen chroom en staal
gehuld in wit

ik streel jouw huid 
was je lijf
kam je grijs

kus jouw blauw


©   Ineke Wolf


maandag 9 januari 2012

Nachtlicht



   nachtlicht gleed over jouw gestalte
   ontblootte schaduwen van verleden
   alsof jij niet mocht zijn
   maar je was sterker dan duisternis

   en ik beminde jouw gezicht
   volgde met mijn lippen contouren van bestaan
   mijn adem zocht stem

   jouw handen deden mijn lichaam spreken
   en ik wilde dat ik meer had kunnen geven
   dan tranen

    © Ineke Wolf 


dinsdag 30 augustus 2011

Drijfhout


                                

het was hier bij de rode rivier
dat ik wist dat jij bij mij weg zou gaan
en niet terug zou keren

het was niet zo dat jij wilde gaan
dat jij me wilde verlaten
je zou worden gehaald

het liefst wilde ik met je meegaan
zodat we voor altijd samen zouden zijn
maar jij zei dat de rivier mij nog niet riep

je vertelde over kreeft
en de kracht van het water
je geloofde in mij in ons
en in later

je lachte me toe
zei dat je me liefhad
en we beminden elkaar
zonder te weten voor ’t laatst


© Ineke Wolf




donderdag 18 augustus 2011

Amazone

© JenT



in welk land viel er
een aap zei hij
zonder dat zijn woorden
vragend klonken

ik zei dat moet wel het
ijzig groene land zijn
ik heb daar ooit gewoond
en heb het meegemaakt dat
apen zomaar kunnen vallen
zonder dat er bomen zijn

het waren apen die drie woorden
spraken ze zeiden telkens kap
kapen gekapt kap kapen gekapt

dat was precies wat ik ooit zag
dat was het wat ik hoorde
een werelddeel geleden
toen ik nog amazone was


© Ineke Wolf


dinsdag 26 juli 2011

It wiif fan Wiuwert / De vrouw uit Wieuwerd




It wiif fan Wiuwert

sy hie harsels mei tsjuster klaaid
en har stalte ljochte op
yn it skynsel fan it iepen fjoer
eagen hat sy net der wiene holten
wêr't sy mei nei my seach

ik lei efter de gerdinen
en troch in skreef seach ik har stean
wylst gjin foet fan har de grûn oanrekke
en ik wit noch dat ik tocht
dat sy wol sweve moast

sy soe dan wol fan Wiuwert wêze
dat is it plak dêr't ik har earder seach
sûnt in ivichheid leit sy yn in houten kistke
mar yn de nacht besiket sy my
en ik wit net of ik dan sliep of weitsje

-----------------------------------------------

De vrouw uit Wieuwerd

zij had zichzelf gekleed met duisternis
en haar gedaante lichtte op
in het schijnsel van het open vuur
ogen had ze niet er waren holtes
waarmee ze naar me keek

ik lag achter de gordijnen
en door een spleet zag ik haar staan
terwijl geen voet van haar de grond beroerde
en ik weet nog dat ik dacht
dat zij wel zweven moest

zij zal dan wel uit Wieuwerd komen
dat is de plaats waar ik haar eerder zag
sinds eeuwen ligt zij in een houten kist
maar in de nacht bezoekt zij mij
en ik weet niet of ik dan slaap of waak


© Ineke Wolf

zondag 8 mei 2011

Memento Mori

 
je bent bij het grofvuil gezet              
naar de gemeentestort gebracht
verzameld als het oud papier
wat over was
ging in de fik
je bent niet meer

wat rest
dat is jouw klok
een kop en schotel
en dat kleine witte schort

wat bewaart
dat is die ansichtkaart
waarop geschreven staat
denk je nog wel eens aan mij
kom je gauw weer thuis

wel gestempeld
niet gepost


© Ineke Wolf

zaterdag 19 maart 2011

Avondland | Jûntiidslân



















Avondland


de dagen gingen lengen
en jij kwam langs
je nam me mee over water
en bracht me naar het land
waar het gras groener was
de stoep op straat lag
en de klok rondhing
onder de keukentafel

en je vertelde me over liefde
god en werkelijkheid
en hoe het één is
in jou en in mij
en je verhaalde over meer
en over hoe dat minder is
totdat alles op is
er niets meer is

en ik wist dit is mijn avondland
hier wil ik de zon zien ondergaan
in dit zichzelf verterend wil ik zijn
waar schimmel sneller groeit dan kool
het water kouder is dan bier
en bloemen groeien in de goot
daar draag ik licht


------------------


Jûntiidslân


de dagen begûnen te langjen
en do kaamst del
do naamst my mei oer it wetter
en brochtst my nei it lân
dêr’t it gers griener wie
de stoepe op ’e dyk lei
en de klok omdingele
ûnder de kokenstafel

en do ferteldest my oer leafde
god en werklikheid
en hoe’t it ien is
yn dy en yn my
en do ferhellest oer mear
en oer hoe’t dat minder is
oant alles op is
der neat mear is

en ik wist dit is myn jûntiidslân
hjir wol ik it ûndergean fan de sinne sjen
yn dit harsels fertarrend wol ik wêze
dêr’t skimmel hurder groeit as koal
it wetter kâlder is as bier
en blommen groeie yn de goate
dêr draach ik ljocht


© Ineke Wolf